Onzindelijkheid bij katten

 

Onzindelijkheid is het meest voorkomende gedragsprobleem bij katten en ook de belangrijkste reden waarom katten in het asiel terechtkomen of soms zelfs geëuthanaseerd worden. Medische oorzaken, kattenbak-management en/of stress kunnen aanleiding zijn voor onzindelijkheid. Gelukkig kan in de meeste gevallen onzindelijkheid opgelost of voorkomen worden.

 

We spreken van onzindelijkheid als de kat zijn behoefte doet op een andere plaats dan de kattenbak. Daarnaast kan er ook sprake zijn van markeergedrag. Een kat kan markeren met urine ('sproeien'), en mogelijk ook met ontlasting. Sproeien is een opzettelijke geurmarkering, waarbij een kat staand met trillende staart recht naar achter tegen een verticaal object een kleine straal urine sproeit, bijvoorbeeld aan de rand van zijn territorium. Ongecastreerde katers sproeien het meest, maar ook poezen en gesteriliseerde en gecastreerde katten kunnen sproeien. Het is belangrijk om te onderzoeken of de kat onzindelijk is of markeergedrag vertoont. De oorzaken voor onzindelijkheid en markeergedrag zijn immers verschillend en moeten op een andere manier behandeld worden.

 

Kattenbaktraining bij kittens

 

Om onzindelijkheid te voorkomen is het belangrijk dat kittens zo vroeg mogelijk leren een kattenbak te gebruiken. Gelukkig hebben kittens een natuurlijke neiging om in los zand en aarde te graven, dus is het niet moeilijk om ze zindelijk te maken. Kittens moeten gemakkelijk toegang hebben tot een geschikt kattentoilet. Kittens leren de functie van de kattenbak door de moederpoes te observeren en op de geur af te gaan.

 

Medische oorzaken

 

Als er sprake is van onzindelijkheid, zowel in de vorm van urine als ontlasting, is het belangrijk eventuele medische oorzaken door de dierenarts te laten uitsluiten. Aandoeningen van de lagere urinewegen, nierproblemen, suikerziekte, diarree, obstipatie en een bepaalde vorm van dementie kunnen onder andere tot onzindelijkheid leiden. Ook pijn tijdens het plassen of ontlasten door bijvoorbeeld gewrichtsproblemen kan ervoor zorgen dat een kat de kattenbak gaat vermijden. Als er door de dierenarts een medische oorzaak gevonden wordt moet deze vanzelfsprekend zo snel mogelijk behandeld worden. Zo kan de dierenarts bijvoorbeeld pijnstillers voorschrijven en bij aanwezigheid van blaasgruis speciale dieetvoeding.

 

Stress bij katten

 

In sommige gevallen is het mogelijk dat onzindelijkheid voortkomt uit angst of spanning. Stressgevoeligheid van de individuele kat speelt hierbij een rol. Het is belangrijk om in zo'n situatie te onderzoeken of er sprake is van (chronische) stress en welke oorzaken hierbij een rol spelen. Gebeurtenissen die stress kunnen veroorzaken zijn onder andere de komst van een baby, een nieuw huisdier of andere nieuwe gezinsleden, een eigenaar die op vakantie gaat etc. Wanneer de kat niet op zijn gemak is door de aanwezigheid van nieuwe huisgenoten kan hij onzindelijk worden, bijvoorbeeld omdat hij niet langs hen durft te lopen naar de kattenbak. Het is belangrijk om in dit soort gevallen ook andere factoren goed te onderzoeken. Bepaalde gebeurtenissen kunnen ongemerkt gepaard gaan met veranderingen in het kattenbak-management. Kersverse ouders zijn bij de komst van hun baby vaak zo druk dat het dagelijks uitscheppen en regelmatig verschonen van de kattenbak er wel eens bij inschiet. Of de kattenbak wordt naar een andere locatie verplaatst omdat dit praktischer is.

 

Kattenbak gerelateerde oorzaken

 

Katten kunnen een aversie onwikkelen tegen de kattenbak. Voorbeelden hiervan zijn een vieze of te kleine kattenbak, onprettig of sterk geurend kattenbakgrit, pijn tijdens plassen of ontlasten, een onrustige of lawaaiige plaats, zoals vlakbij een wasmachine of drukke doorgang, als een kat op de kattenbak wordt lastiggevallen door een ander huisdier of een kind, het vangen van de kat op de kattenbak om deze bijvoorbeeld medicijnen toe te dienen. Al deze zaken kunnen ertoe leiden dat de kat de kattenbak gaat vermijden.

Daarnaast kunnen katten een voorkeur hebben of ontwikkelen voor andere locaties dan de kattenbak en andere materialen dan het kattenbakgrit. Sommige katten hebben voorkeur voor zachte, absorberende materialen zoals dekbedden, matrassen en tapijt. Voorkeur voor een open, harde ondergrond zoals houten vloeren, tegels of de badkuip komt ook vaak voor.

 

Wat wil de kat?

 

Hoewel katten individuele voorkeuren kunnen hebben zijn er wel algemene adviezen te geven voor een aangenaam kattentoilet. Belangrijk hierbij is de plaats, de vorm en de inhoud van de kattenbak.

Bedenk dat het niet prettig is de kattenbak direct naast het voer- of waterbakje te zetten of bij lawaaierige apparatuur. Daarnaast moet de kattenbak voldoende groot zijn zodat de kat er goed in kan bewegen. Een kap op de kattenbak beperkt de bewegingsvrijheid, houdt vieze geuren vast en zorgt ervoor dat de kat zijn omgeving niet goed kan overzien. De meeste katten hebben dan ook voorkeur voor een grote, open kattenbak, hoewel sommigen de privacy van een overdekte kattenbak prefereren. Tenslotte is het heel belangrijk dat een kattenbak altijd schoon is. Daarom moeten urineplekken en ontlasting minimaal een keer per dag uitgeschept worden. Uit onderzoek is gebleken dat katten in het algemeen voorkeur hebben voor een laag van minimaal 3 cm van een fijnkorrelig, samenklonterend, ongeparfumeerd kattenbakgrit. De frequentie waarbij de hele kattenbak schoongemaakt moet worden met heet water en zeep en gevuld met nieuw kattenbakgrit is afhankelijk van het type kattenbakgrit, het aantal katten dat gebruik maakt van de kattenbak en de voorkeur van de kat.

 

Meerdere katten per huishouden

 

Als er meerdere katten in huis zijn is het belangrijk erachter te komen welke kat onzindelijk is zodat gericht actie genomen kan worden. Soms is onzindelijkheid ook een uiting van onderlinge spanningen en agressie tussen katten. Als algemene regel geldt dat er net zoveel kattenbakken als katten in huis moeten zijn plus één extra kattenbak. Hierbij is het ook belangrijk de kattenbakken te verspreiden door het huis op diverse rustige locaties. Dit zorgt ervoor dat conflicten rond een kattenbak worden voorkomen en dat elke kat altijd makkelijk toegang heeft tot een kattenbak.

 

Eerste hulp bij onzindelijkheid

 

  • Neem contact op met de dierenarts om medische oorzaken uit te sluiten

  • Houd de kattenbak goed schoon. Sommige katten blijven lag gebruik maken van een kattenbak maar anderen weigeren te plassen op een bak waar al ontlasting ligt.

  • Ontdek de voorkeuren van een kat door een aantal kattenbakken naast elkaar te zetten en te vullen met verschillende soorten kattenbakgrit. Ook verschillende vormen (open en overdekt) kunnen uitgetest worden.

  • Reinig de ongewenste plasplekken goed met een enzymatisch wasmiddel. Deze locaties kunt u verder onaantrekkelijk maken met dubbelzijdig tape of door er een meubelstuk op te zetten.

  • Zorg vol voldoende makkelijk bereikbare kattenbakken op meerdere locaties. Oudere katten met gewrichtsproblemen kunnen een kattenbak met lage instap makkelijker inlopen.

  • Straf de kat nooit. Schreeuwen, slaan of de kat met zijn neus door de urine of ontlasting halen is zinloos en zal het probleem alleen maar verergeren door de toegenomen spanning.

 

Tot slot

 

Hoe langer een kat onzindelijk is des te moeilijker het wordt om dit probleem op te lossen.

Onzindelijkheid leidt meestal tot verslechtering van de band tussen kat en eigenaar en kan zelfs eindigen in uit huis plaatsing of euthanasie. Wanneer een kat één of twee keer op een andere plek heeft geplast is de kans groot dat hij dat blijft doen. Daarom is het belangrijk als eigenaar niet te lang zelf te experimenteren. Samenwerking tussen een dierenarts en gedragstherapeut is belangrijk om de therapie aan te passen aan de kat in die specifieke situatie. Nadat de dierenarts een medische oorzaak heeft uitgesloten of een behandeling heeft ingesteld, kan een gedragstherapeut helpen de oorzaak van de onzindelijkheid verder in kaart te brengen en deze samen met u gericht aan te pakken.

 

Bronnen: Tinley Gedragstherapie voor Dieren